Calvijn Schriftuitleg bij Gen. 2:15

‘Wie een akker bezit, moet de jaarlijkse vrucht ervan trekken en erop toezien dat hij de grond niet door zorgeloosheid laat uitputten. Hij moet zich erop toeleggen om die akker aan de nakomelingen over te dragen zoals hij hem heeft gekregen, of nóg beter bebouwd. Laat hij zo de vruchten ervan eten, zonder toe te laten dat iets door overvloedig gebruik vervalt of door verwaarlozing bederft’.